Huurcontract overleden cliënt
Doel Signaal
Deze controle signaleert actieve huurcontracten bij een overleden client in het kader van de Wet Langdurige Zorg (Wlz).
Risicobeheersing
1. Juridische risico’s
a) Onjuiste kwalificatie van de overeenkomst
- Als een woon-zorgovereenkomst ten onrechte als “zorgovereenkomst” wordt beschouwd, terwijl er feitelijk sprake is van huur, gelden de huurbeschermingsregels van het Burgerlijk Wetboek (art. 7:201 e.v. BW).
- Dat betekent dat de woning niet zomaar mag worden ontruimd of herverdeeld, ook niet na overlijden.
- Dit kan leiden tot juridische procedures met nabestaanden of medebewoners, bijvoorbeeld als de instelling de woning te snel opnieuw wil toewijzen.
Risico: De instelling handelt in strijd met huurbescherming → schadeclaims of terugplaatsing.
b) Onjuiste beëindiging van het huurcontract
- Wanneer een zorginstelling of verhuurder de woning te vroeg ontruimt (bijv. vóór afloop van de wettelijke termijn van twee maanden na overlijden, art. 7:268 BW), kan dat als onrechtmatige daad gelden.
- Erfgenamen kunnen dan schadevergoeding eisen of de instelling verplichten om spullen terug te geven of kosten te vergoeden.
Risico: Juridische aansprakelijkheid + reputatieschade bij familie van cliënt.
c) Medehuur of medebewoner over het hoofd zien
- Een medehuurder (zoals een partner) wordt automatisch huurder bij overlijden van de hoofdhuurder.
- Een medebewoner met duurzame huishouding kan voortzetting van huur vragen aan de kantonrechter.
- Als de verhuurder dit negeert en tot ontruiming overgaat, kan dit leiden tot procedures en vertraging.
Risico: Huur loopt door terwijl de woning niet opnieuw kan worden verhuurd.
2. Financiële risico’s
a) Doorlopende huurverplichtingen
- Tot het moment dat de huurovereenkomst rechtsgeldig eindigt, loopt de huur door.
- Als erfgenamen onbekend zijn of de nalatenschap verwerpen, blijft de instelling of woningbeheerder soms met onbetaalde huur en ontruimingskosten zitten.
Risico: Oninbare vorderingen, verlies aan huurinkomsten, kosten voor schoonmaak/opslag/inboedelverwijdering.
b) Dubbele lasten
- Bij zorginstellingen met schaarse woonruimte (zoals intramurale WLZ-plekken) ontstaat vaak een dubbele bezetting:
- De kamer mag nog niet opnieuw worden uitgegeven vanwege huurrecht of afwikkeling;
- Tegelijkertijd moet zorg worden voortgezet voor nieuwe cliënten.
Risico: Inefficiënt gebruik van capaciteit + gemiste inkomsten uit zorgtarieven.
c) Onjuiste afhandeling bij CAK of zorgadministratie
- Als het overlijden niet correct of tijdig wordt doorgegeven, kan het CAK blijven rekenen met een eigen bijdrage in de Wlz.
- Ook de zorgaanbieder kan ten onrechte vergoeding ontvangen of mislopen.
Risico: Terugvorderingen of correcties door zorgkantoor of CAK.
3. Praktische en reputatierisico’s
a) Onzorgvuldige omgang met nabestaanden
- Snelle of onduidelijke communicatie over huurbeëindiging, ontruiming of eigendommen kan leiden tot klachten, reputatieschade en publiciteit.
- Zorginstellingen vallen onder kwaliteitseisen en toezicht (IGJ): onzorgvuldige afhandeling kan gevolgen hebben.
Risico: Klachten bij cliëntenraad of inspectie, reputatieschade in de zorg.
b) Onvoldoende interne procedures
- Zonder een vastgelegd protocol weten medewerkers vaak niet:
- Wanneer ze de huur mogen beëindigen;
- Wie contact moet opnemen met erfgenamen;
- Hoe de ontruiming administratief moet worden afgehandeld.
Risico: Fouten in communicatie, onrechtmatige opzegging, gemiste termijnen.
Definitie
Bij het overlijden van een cliënt in een situatie waarin geregeld is dat wonen én zorg plaatsvinden onder de Wet langdurige zorg (Wlz)-regime, spelen meerdere juridische aspecten rond het huurcontract.
Woonruimte: speciale regeling bij overlijden (art. 7:268 BW)
Wanneer de cliënt in een zelfstandige woonruimte binnen een zorginstelling woonde (bijvoorbeeld aanleunwoning of appartement), geldt het volgende:
Artikel 7:268 BW – overlijden van de huurder
- Als er geen medehuurder is:
- De erfgenamen kunnen de huur opzeggen met inachtneming van één maand opzegtermijn.
- De verhuurder mag de huur eenzijdig beëindigen aan het eind van de tweede maand na overlijden.
- De erfgenamen blijven tot dat moment verantwoordelijk voor huurbetaling en oplevering.
- Als er wel een medehuurder is (bijv. partner of geregistreerd medehuurder), loopt de huurovereenkomst automatisch door met die persoon.
Belangrijk: Dit geldt alleen als het om woonruimte in de zin van het huurrecht gaat. Dat is niet altijd het geval binnen zorginstellingen.
Woon-zorgovereenkomst: gemengd karakter (huur + zorg)
Veel zorginstellingen werken met een woon-zorgovereenkomst of “gemengde overeenkomst”: de cliënt huurt een kamer of appartement én ontvangt zorg op basis van de Wet langdurige zorg (Wlz) of Zorgverzekeringswet (Zvw).
In zo’n geval moet worden vastgesteld welk element overheerst:
a) Zorgelement overheerst
- De overeenkomst wordt dan gezien als zorgovereenkomst met huisvesting (geen echte huur).
- De regels van het huurrecht (BW 7:201 e.v.) zijn dan niet van toepassing.
- De overeenkomst eindigt automatisch bij overlijden, tegelijk met de zorgverlening.
- Er is geen huurbescherming voor erfgenamen of nabestaanden.
b) Huuropdracht overheerst
- Dan is sprake van een echte huurovereenkomst met zorg als aanvullende dienst.
- De normale huurregels gelden dan (zoals art. 7:268 BW).
- De erfgenamen moeten de woning tijdig opleveren en huur betalen tot einde termijn.
Relevante wetsartikelen (Burgerlijk Wetboek Boek 7)
Artikel | Onderwerp | Kernregel |
|---|---|---|
7:201 BW | Begrip huurovereenkomst | Overeenkomst tot gebruik van zaak tegen betaling. |
7:229 BW | Overlijden huurder/verhuurder | Overlijden beëindigt huur niet automatisch. |
7:268 BW | Overlijden huurder woonruimte | Bij overlijden eindigt huur uiterlijk twee maanden later. |
7:274 BW | Huurbescherming woonruimte | Alleen bij opzegging door verhuurder met wettelijke gronden. |
7:290 BW | Bedrijfsruimte (niet van toepassing bij zorginstelling) | Specifiek voor bedrijfspanden. |
Relatie met de Wet langdurige zorg (Wlz)
Wanneer de cliënt Wlz-zorg ontving in een instelling:
- De zorgcomponent eindigt automatisch bij overlijden (art. 3.1.1 Wlz).
- De instelling mag de kamer of ruimte opnieuw toewijzen, maar:
- moet nagaan of de verblijfsruimte juridisch als huur kwalificeert;
- moet de persoonlijke bezittingen zorgvuldig inventariseren en bewaren;
- mag pas ontruimen na overleg met erfgenamen of vertegenwoordiger.
📑 CAK en zorgkantoor worden via gemeente automatisch geïnformeerd over het overlijden. De zorginstelling mag pas declareren tot de overlijdensdatum.
Huurcontracten in zorginstellingen: drie varianten
Type overeenkomst | Juridische basis | Eindigt bij overlijden? | Opmerkingen |
|---|---|---|---|
Volledig pakket Wlz (intramuraal verblijf) | Publiekrechtelijk (Wlz) | ✅ Ja, automatisch | Geen huurbescherming, verblijf eindigt direct. |
Woon-zorgovereenkomst (zorg overheerst) | Privaatrechtelijk (gemengd) | ✅ Ja, tenzij anders afgesproken | Vaak in instellingen waar zorg bepalend is. |
Zelfstandige huurwoning met zorg aan huis (VPT / MPT) | Huurrecht (BW) | ❌ Nee, loopt door tot opzegging (art. 7:268 BW) | Erfgenamen of medehuurder verantwoordelijk. |
Financiële en praktische afwikkeling
- Laatste huurbetaling: erfgenamen of nalatenschap verantwoordelijk tot einde huurtermijn.
- Waarborgsom: moet worden terugbetaald na correcte oplevering.
- Bezittingen in kamer: moeten worden geïnventariseerd; instelling heeft bewaarplicht.
- Ontruiming: pas na formele beëindiging huur of overeenkomst; vaak binnen 1–2 maanden.
- Vergoeding zorginstelling: mag alleen kosten tot overlijdensdatum in rekening brengen.
Toezicht en naleving
Aspect | Toezichthouder | Wettelijke basis |
|---|---|---|
Zorgverlening tot overlijden | IGJ | Wkkgz, Wlz |
Huurrechtelijke naleving | Civiele rechter (kanton) | BW Boek 7 |
Nalatenschap en betaling | Notaris / erfgenamen | BW Boek 4 |
Ontruiming en bewaring bezittingen | Gemeente (ultimum remedium) | Wlb art. 21 |